welzijnWmo

Wat is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)?
Het doel van deze wet is dat mensen met een beperking zo lang mogelijk hun zelfstandigheid behouden door middel van ondersteuning. Deze ondersteuning wordt ook wel compensatie genoemd.

Voor wie is de Wmo?
De Wmo is bedoeld voor mensen die beperkingen ondervinden in het dagelijks leven als gevolg van bijvoorbeeld ouderdomsklachten, een handicap of een chronisch psychisch probleem.

Een belangrijk uitgangspunt van de Wmo is dat iedereen eerst naar de eigen mogelijkheden kijkt in zijn omgeving. Voordat de gemeente in beeld komt dient men eerst te kijken of het  probleem opgelost kan worden door middel van algemeen gebruikelijke of voorliggende voorzieningen.

Het onderzoek
Mensen met een beperking hebben mogelijk recht op compensatie door de gemeente zodat ze mee kunnen blijven doen in de maatschappij. Mensen met een beperking moeten in staat gesteld worden:

  • Een huishouden te voeren
  • Zich te verplaatsen in en om de woning
  • Zich lokaal te verplaatsen met een vervoermiddel
  • Medemensen te ontmoeten en sociale verbanden aan te gaan

Wanneer u bij HetPunt komt voor een eerste aanvraag zal er een gesprek plaatsvinden over uw situatie en uw beperkingen en behoeften. Dit onderzoek kan ook andere uitkomsten hebben dan het verstrekken van een voorziening.

De Wmo gaat uit van 8 resultaatgebieden:
1. Iedere burger kan wonen in een schoon en leefbaar huis.
2. Iedere burger kan wonen in een voor hem/haar geschikt huis.
3. Iedere burger kan beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften.
4. Iedere burger kan beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding.
5. Iedere burger kan thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren.
6. Iedere burger kan zich verplaatsen in, om en nabij het huis.
7. Iedere burger kan zich lokaal verplaatsen met een vervoersmiddel.
8. Iedere burger heeft de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten.

Als tijdens het gesprek een mogelijke oplossing naar voren is gekomen wordt eerst onderzocht of u zelf in staat bent dit resultaat te bereiken. Als dit niet het geval is wordt bekeken of mantelzorg en/of vrijwillige thuishulp een oplossing kunnen bieden. Dan wordt er gekeken naar voorliggende en/of collectieve voorzieningen en pas als laatste naar individuele voorzieningen. Wij doen dit aan de hand van de Participatieladder.

Participatieladder
U heeft een probleem. om het probleem te verhelderen en tot een mogelijke oplossing te komen, is het noodzakelijk dat er een aantal vragen worden gesteld.

Er wordt daarvoor gebruik gemaakt van de Participatie ladder. Dit is een zogenaamde ladder waarbij er op verschillende niveau's naar oplossingen wordt gezocht. We starten hiermee op de onderste trede.

5. Individuele voorzieningen
4. Algemene- en voorliggende voorzieningen
3. Sociaal netwerk
2. Eigen kracht
1. Preventieve voorzieningen

Toelichting:
1. Wat zijn mogelijke oplossingen waarmee het probleem in mindere mate aanwezig zou zijn?
2. Wat kunt u zelf nog, wat heeft u zelf al ondernomen?
3. Wie in uw omgeving kan u helpen. Heeft u al een beroep gedaan op uw familie, vrienden, kennissen en buren?
4. Welke voorziening zou u eerst een beroep op kunnen doen?
5. Welke voorziening zou de gemeente eventueel kunnen verstrekken?

Voorbeeld uit de praktijk:
Mevrouw Jansen is 79 jaar. Als gevolg van leeftijd gerelateerde beperkingen, bukken, zwaar tillen etc, ondervindt zij problemen met het uitvoeren van de huishoudelijke taken en het verplaatsen in haar woonomgeving. Mevr. woont alleen in een vrijstaande woning met 3 slaapkamers en een redelijk grote tuin net buiten de stad. Aan de hand van de Participatieladder kunnen we het volgende concluderen:

1. Mevrouw zou gezien haar leeftijd er voor kunnen kiezen om te verhuizen naar een kleinere,  gelijkvloerse woning. De huishoudelijke taken zouden dan aanzienlijk minder zijn en zij zou geen, minder, onderhoud van haar tuin hebben. Tevens zou het traplopen in de toekomst een belemmering kunnen worden. In dit geval zou verhuizen een preventieve voorziening zijn.
2. Mevrouw geeft aan dat ze zelf nog de lichte huishoudelijke taken verricht, zoals opruimen, afwassen. Ze is ook zittend gaan strijken en kookt af en toe voor 2 dagen.
3. Haar zoon onderhoudt zolang hij dit kan de tuin en haar dochter gaat 1x per week mee om de zware boodschappen. Mocht het noodzakelijk zijn kan mevrouw ook altijd een beroep doen op haar buren
4. Gezien haar leeftijd heeft zij in het toilet en de badkamer door haar kinderen beugels laten plaatsen. Beugels zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen en hadden eventueel ook door een klussendienst (tegen een vergoeding) geplaatst kunnen worden.
5. Er zou door de gemeente ondersteuning geboden kunnen worden bij uitvoeren van de zware huishoudelijke taken. Voor het verplaatsen in de woonomgeving zou mevrouw in aanmerking komen voor een scootmobiel. Gezien de hogote van de eigen bijdrage heeft zij besloten om deze voorziening zelf aan te schaffen.