|
De Nederlandse gezondheidszorg staat aan de vooravond van een nieuwe revolutie. Alles wijst erop dat de peperdure AWBZ, waaruit de zorg voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten wordt betaald, zal verdwijnen.
De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) heeft staatssecretaris Jet Bussemaker geadviseerd de zorg uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten in vier jaar tijd over te hevelen naar de gewone zorgverzekering en de gemeentelijke Wmo. De SER zal binnenkort een naar verluidt vergelijkbaar advies uitbrengen.
Bussemaker is positief over de verstrekkende voorstellen en zal vlak voor de zomer een besluit nemen over de toekomst van de AWBZ. Ingrijpen is noodzakelijk omdat de kosten met jaarlijks bijna 25 miljard euro de pan uitrijzen en de regeling een volstrekt onoverzichtelijke wirwar van allerlei vormen van zorg omvat.
Alleen al door bijvoorbeeld verblijf in verzorgings- en verpleeghuizen en instellingen voor geestelijke gezondheidszorg onder de ’gewone’ zorgverzekering te brengen, kan veel worden bespaard.
Verzekeraars krijgen er dan namelijk belang bij om naar goedkopere alternatieven te zoeken, bijvoorbeeld aanleunwoningen.
Volgens de RVZ zijn grote groepen patiënten, vooral in de ouderenzorg en de geestelijke gezondheidszorg (demente ouderen en schizofrene mensen), in de nieuwe situatie beter af. Gehandicapten (downsyndroom) gaan er mogelijk op achteruit.
Voordelen voor de patiënt zijn dat de kwaliteit van de behandeling en revalidatie verbetert. Ook de thuiszorg gaat erop vooruit en verblijf buiten instellingen wordt bevorderd, waardoor mensen langer deelnemen aan het ’echte leven’. Essentieel is dat zorgverzekeraars en gemeenten nauw met elkaar gaan samenwerken.
|