SDW heeft tekort aan pleegouders

ROOSENDAAL - Stichting Dag- en Woonvoorzieningen heeft een tekort aan pleegouders. Het aantal pleeggezinnen ligt op dit moment op twintig, maar er is minstens het dubbele aantal nodig. De stichting geeft komende woensdag en op 22 juni een informatieavond om nieuwe gezinnen te werven.

Het tekort aan pleegouders komt volgens teamleider Marianne Daamen van afdeling SDW jeugdzorg vooral omdat het nog te onbekend is. “De meeste mensen kennen mogelijk de vele varianten niet of nog onvoldoende. SDW is sinds 2009 een nieuwe pleegzorgaanbieder. SDW biedt pleegzorg aan in onderaannemerschap van Stichting De Zuidwester in Breda. Veel aspirant pleegouders denken dat het voor hun niet is weg gelegd, of zijn onzeker om de eerste stap te nemen.” Ook de screening schrikt af volgens Daamen: “Het is best een lang en zwaar proces. Wat velen niet weten is dat de aanloop er naar toe juist ook erg leuk kan zijn. De reden om pleegouder te worden is voor iedereen verschillend maar pleegouders delen de visie dat elk kind recht heeft op zijn biologische ouders en willen een concrete bijdrage doen in het leven van het kind.”

Pleegouderschap

Het pleegouderschap bij de SDW onderscheidt zich van andere pleegzorgaanbieders. Er is sprake van tijdelijkheid. SDW richt zich op kinderen die kunnen opgroeien bij de biologische ouders. Kinderen die in aanmerking komen zijn of kinderen waarvan ้้n van de ouders een (verstandelijke) beperking heeft of kinderen die zelf een (verstandelijke) beperking hebben.
Er bestaan verschillende vormen binnen het pleegouderschap: zo heb je weekend- en logeeropvang, overbruggingszorg, crisisopvang, speelopvang en buddy zorg. Daamen vertelt: “Bij overbruggingszorg moet je denken aan een kind dat uit huis wordt geplaatst en er niet direct een oplossing te vinden is. Dat kind wordt dan tijdelijk in een pleeggezin geplaatst. Dat is anders dan bijvoorbeeld buddy zorg: dit is meer een vangnet voor het kind om de zorgtaken van de biologische ouders te verlichten. Neem bijvoorbeeld een alleenstaande moeder met twee kinderen, de moeder is zwaar belast met de zorgtaken en heeft meerdere keren per maand een vangnet nodig voor een van haar kinderen zodat de draagkracht in balans blijft voor deze moeder en het kind naar een vertouwde en bekende eigen plek kan door middel van een buddy pleeggezin.

Traject

Het traject om pleegouder te worden duurt ongeveer zes tot negen maanden. Daamen: “Het eerste wat je doet is jezelf aanmelden voor de informatiebijeenkomst, je krijgt bij afloop een informatiepakket mee. Vervolgens wordt er een intakegesprek afgenomen en nemen de aspirant pleegouders een besluit om verder te gaan met het traject verder te gaan of niet.” Als er wordt besloten om door te gaan volgt er een screening en een training: de STAP, Selectie Training Aspirant Pleegouder. “De training bestaat uit vijf bijeenkomsten en is verplicht. Na afloop wordt er een definitieve beoordeling gegeven. Als de beoordeling positief kan er ‘Matching’ plaats vinden. Dit houdt in dat er naar een goede match tussen pleeggezin en pleegkind wordt gezocht.” Voor elke plaatsing zijn er ongeveer drie tot vier gezinnen nodig, om tot een daadwerkelijke match te komen. Het huidige aantal van twintig pleeggezinnen is daarom ook veel te weinig.

Opvoedingsperspectief

Pleegzorg wordt volgens Daamen vaak opgelegd: “In de meeste gevallen geeft bijvoorbeeld Jeugdzorg de opdracht om kinderen in een pleeggezin te plaatsen. Toch heb ik steeds meer de ervaring dat ouders zich zelf ori๋nteren en kijken naar de mogelijkheden van logeeraanbod. Zij zien het pleeggezin steeds meer als een alternatief op de reguliere logeerhuizen voor verstandelijk beperkte kinderen. Bij de pleegzorg van de SDW ligt het opvoedingsperspectief bij de biologische ouders. Daamen: “Er moet vooral goed worden samengewerkt tussen de ouders en de pleegouders. Er moet wederzijds respect plaatsvinden. Laatst sprak ik een pleegouder en zij vertelde mij dat zij zich vooral een tante voelde voor haar pleegkind. Het kind komt ้้n keer in de maand, heeft een eigen kamer en neemt duidelijk een plaats in binnen het pleeggezin. In dat weekend doet het gezin wat het altijd doet, de ‘normale’ dingen.”

Bron: de Roosendaalse Bode 15 mei 2011.